Agaath
"Als ik accepteer
komt mijn innerlijke wijsheid me tegemoet".
Eerste sessie
Tweede sessie
Derde sessie
Vierde sessie
Vijfde sessie
Specifieke interventies m.b.t. vermoeidheid
Nagesprek en evaluatie
Eerste sessie
Agaath is gepensioneerd. Ze is de een na jongste
uit een groot gezin, leerde al snel te werken en zich aan te passen.
Ze heeft in de verpleging, in haar schoonfamilie en in de kerk altijd
voor anderen gezorgd. Ze vindt het moeilijk om grenzen te stellen.
Bij Agaath is bijna vier jaar geleden kanker geconstateerd, met
uitzaaiingen. Ze heeft een chemokuur geweigerd. Ze voelde zich na
deze beslissing erg in de steek gelaten door de artsen, maar heeft
een goed contact met haar huisarts. Na een aantal redelijk goede
jaren gaat ze nu achteruit. Ze gebruikt zuurstof en morfine. Haar
man verzorgt haar met hulp van thuiszorg en familie. Ze voelt zich
schuldig ten opzichte van haar man.
Ze geeft haar vermoeidheid op een schaal van 0 - 100 aan als 95.
Ze kan de dagelijkse dingen niet meer doen, gebruikt vaak zuurstof.
De kwaliteit van leven beoordeelt ze dan ook erg laag. Af en toe
hoeft het niet meer van haar. Haar grootste wens is meer rust te
ervaren, ze kan slecht tot rust komen.
Na een ontspanningsoefening voelt Agaath een
diepe rust. Normaal is haar lijf een ballast, nu voelt dat anders.
Ze wil graag de komende veertien dagen ervaren wat de oefening voor
haar doet. Ik beloof een nieuw bandje te maken, omdat ze hier en
daar wat moeilijk met de visualisatie mee kon komen. Aandachtspunt
daarbij is voor mij dat zij het moeilijk vindt om de adem te volgen.
Ze heeft nooit met haar buik kunnen ademen, ondanks pogingen dat
te leren met yoga. Ook recent heeft iemand dat nog met haar geprobeerd,
maar het lukt niet. Ik besluit in dit stadium dan ook geen ademhalingsoefeningen
met haar te doen, maar kom hier wel op terug in de ontspanningsoefening
die ik voor haar maak.
Tweede sessie
Agaath is erg moe. Ze wil nog steeds niet geconfronteerd
worden met kanker. Ze spreekt over een stukje uit de Libelle over
chemokuren dat ze eigenlijk zou willen lezen, maar liever wegstopt.
Ik vraag haar wat er gebeurt als ze met zo een stukje geconfronteerd
wordt. Het is even stil en ze begint te huilen: "dan sta ik
voor de muur". Wat is de muur voor jou? "De muur is de
kanker (ze begint te huilen). Daar zou ik overheen moeten, maar
dan is alles over. En ik wil nog verder, ook voor mijn man en kinderen,
maar hoe hou ik het vol?" Ik vraag haar of ze vanuit het geloof
het vertrouwen kan hebben om over de muur te kijken. Ze is streng
gelovig opgevoed, maar kan hier niet meer mee leven. Ze is wel jaloers
op mensen die houvast vinden in de bijbel. Ze is er inmiddels van
overtuigd dat haar eigen geestkracht in de plaats is gekomen van
het geloof. De nadruk ligt voor haar echter in het woord kracht
en daarmee weer op het moeten, wat ze eigenlijk niet meer kan. Ik
vraag of ze geestkracht niet kan inruilen voor innerlijke wijsheid.
Ze huilt en zegt dat die innerlijke wijsheid er wel is, maar dat
ze er niet op durft te vertrouwen.
Ik heb inmiddels (toeval bestaat niet) een ontspanningsbandje
gemaakt op basis van Dethlefsen (uit "Hypnose als hulpmiddel
bij psychotherapie, J.M. Cladder, 1998), met de nadruk op lichamelijke
ontspanning, waarin niets hoeft en alles vanzelf gebeurt. Dit had
ik ook gedaan vanwege de ademsuggesties die er in zaten (je wordt
geademd
). We doen de oefening die op het bandje staat. Al
heel snel zie je aan Agaath dat ze zich steeds meer ontspant en
ik besluit het bij inhoudssuggestie te laten, om die ontspanning
niet te verstoren. Na afloop straalt haar gezicht van tevredenheid
en rust ("ik zou zo kunnen slapen, en veel lekkerder dan normaal").
Derde sessie
In het voorgesprek geeft Agaath aan dat ze zich
veel zorgen maakt om de toekomst. Ze heeft inmiddels besloten even
geen actie te ondernemen en de dingen te laten gaan zoals ze gaan.
Dat geeft een goed gevoel, maar toch blijft ze zich maar zorgen
maken. We praten nog even over de muur van de vorige keer en haar
innerlijke wijsheid.
We spreken af dat we een sessie gaan doen waarin
we werken met de delen muur en innerlijke wijsheid. Na een uitgebreide
inductie komt Agaath al heel snel op een prettige plek uit haar
kindertijd, waar water uit de grond borrelt van waaruit de beek
ontstaat. Ze kan daar heerlijk pootje baden en ze gaat er altijd
met haar ouders in de vakantie naar toe. Dit zijn heerlijke herinneringen,
omdat dit de enige keer in het hele jaar was dat haar moeder aandacht
voor haar had. Ze huilt omdat de herinnering zo dierbaar is.
Ik suggereer haar een stukje bij de beek weg
te gaan om daar de muur en de innerlijke wijsheid te ontmoeten.
Ze begint echter te huilen en zegt dat ze het erg vindt dat ze nooit
afscheid van haar moeder heeft kunnen nemen. Na een suggestie van
mij ziet ze haar moeder en zegt dat ze graag meer contact met haar
had gehad, meer begrip en ruimte had willen krijgen o.a. voor de
dingen waar ze als jonge vrouw tegenop liep in de verpleging. "Waarom
begrijp je me niet?" Ik vraag haar of ze zichzelf als volwassen
Agaath begrip en ruimte kan geven, maar dat lukt niet. Ze heeft
zich nooit vrij gevoeld om te doen wat ze zelf wilde. Ze blijft
huilen en ik stimuleer dat. Bij iedere keer dat ze naar vroeger
teruggaat en dit ervaart, vraag ik haar zichzelf te laten geven
wat ze op die momenten nodig had, maar dat lukt haar niet, totdat
ze uiteindelijk haar hele leven overziet en trots is op wat ze ondanks
alles gedaan heeft. Ze geeft zichzelf een schouderklopje.
Ik ga weer met haar terug naar de beek en naar
wat ze gezegd heeft over het stromen en leven van water. Ik vraag
of ze zich kan overgeven aan water. Ze durft niet te zwemmen, maar
in een boot voelt ze zich heerlijk en vertrouwt ze het water dat
leeft en tegen de boot klotst. Het water betekent dat het leven
doorgaat, het vloeit en stroomt van de bron naar onbekende gebieden,
die stroom is leven
.. Dit vertrouwen kan ze een beetje in
zichzelf toestaan en wat groter maken, maar niet door haar hele
lichaam. Ik vraag haar dit te doen zover ze kan en suggereer dat
ze altijd terugkan naar dit gevoel van vertrouwen, nu ze het een
keer gevoeld heeft en dat ze het iedere keer kan gebruiken en groter
kan laten worden op momenten dat ze zich zorgen maakt . Ik neem
de passage op in het ontspanningsbandje.
In het nagesprek is ze erg blij met alles wat
boven gekomen is en kan ze meer trots zijn op haar leven. Ze ziet
in dat ze steeds de waardering van haar moeder heeft nagejaagd.
Ze heeft nu over een muur heengekeken waar ze tot nu toe nooit overheen
durfde te kijken, namelijk naar hoe haar leven echt was.
Vierde sessie
Agaath vertelt dat ze nog steeds het feit dat
ze ziek is ontloopt, omdat de ziekte haar beperkt. Het beeld van
de muur is nog steeds van toepassing (begrenzing). Ze gaat steeds
minder doen, terwijl ze zich daardoor ook steeds meer moe voelt.
Ze slaapt slecht. Ze is bezig met de vraag of ze de dingen wel goed
gedaan heeft en met de verantwoordelijkheid voor familie, met name
voor haar man. Ze vertrouwt nog steeds niet op haar innerlijke wijsheid.
We besluiten in een sessie te kijken naar wat
de muur en haar innerlijke wijsheid haar te vertellen hebben.
Agaath voelt zich veilig in een haven, waar ze
het geluid van de wind in de touwen aan de masten van de boten hoort.
Ze geniet van de rust van het water, voelt de wind op haar gezicht
en stapt in een boot die klaar ligt. Ze geeft zich vol vertrouwen
over aan de bemanning en aan het water. Ze vaart op de rivier. Ze
kan de muur niet zien, wel de innerlijke wijsheid, hoewel ze die
- zoals altijd - in relatie ziet met anderen, nooit in relatie met
zichzelf. Ik vraag of ze haar innerlijke wijsheid nu voor zichzelf
wil gebruiken om samen naar de muur te kijken. De muur heeft een
poort, als je daar door gaat kom je bij de vrijheid. Vrijheid is
een gezond lijf en dingen kunnen doen die je graag wilt, dat niets
moet. De muur is hoog, ze kan er niet over heen kijken, en zegt:
je moet niet hoger worden dan je bent. Haar innerlijke wijsheid
staat aan de andere kant van de muur en kan niet dichterbij komen,
is eigenlijk een vreemde voor haar, omdat ze altijd alleen maar
aan bod kwam in contact tussen Agaath en anderen.
Het eerste moment dat ze de muur ervaart als een obstakel is op
6-jarige leeftijd, toen ze geen eigen vriendinnetje had om thuis
mee te spelen. De muur houdt haar overeind, maar daardoor is ze
wel alleen. Toen ze eenmaal een vriendinnetje kreeg, die dochter
van een directeur was, zei haar moeder: "Dat wordt toch niks,
want je moet niet hoger willen zijn dan je bent". Ze kan deze
gedachte aan haar moeder teruggeven in een mooi doosje, terwijl
ze zegt dat ze het hiermee niet eens is. Ze begrijpt wel dat haar
moeder zo reageerde, vanuit haar opvoeding. Ze huilt en zegt dat
ze zelf wil bepalen hoe hoog ze is.
Als we teruggaan naar de muur, met het zinnetje
"je mag zijn zoals je bent", blijkt de muur lager te zijn
geworden. Ze ziet haar innerlijke wijsheid beter en wil deze bij
zich houden.
In het nagesprek zegt ze dat het belangrijk is
dat ze durft te aanvaarden dat ze ziek is, maar dat ze daarnaast
ook nog andere dingen kan. Dat ze Agaath is, niet alleen de zieke
Agaath, maar Agaath met een eigen geest en een eigen ziel. Dat ze
kan accepteren dat ze in haar leven genoeg gedaan heeft en nu niet
meer moet. Dat ze gewoon mag zijn en mag genieten van de dingen
om haar heen. "Als ik accepteer komt mijn innerlijke wijsheid
me tegemoet".
Vijfde sessie
Agaath wil vandaag alleen maar praten. Ze heeft
van de internist gehoord dat ze niet lang meer te leven heeft. Hij
kan haar alleen nog een chemokuur geven, die haar leven misschien
iets kan verlengen. Ze kiest daar echter niet voor. Na dit bericht
heeft ze een gesprek gehad met haar kinderen. Dit heeft haar gesterkt,
omdat haar kinderen haar het gevoel hebben gegeven dat ze het goed
heeft gedaan. Ook heeft ze - samen met een bevriend predikante -
haar begrafenis geregeld.
Het is een emotionele week geweest, maar ze heeft
nu het gevoel dat haar leven vol is, dat ze geen wensen meer heeft.
Ze hoopt nog enige tijd op een goede manier te leven, maar is heel
erg moe. Ze heeft geaccepteerd dat ze gaat sterven en is blij dat
ze door deze acceptatie zo goed met de kinderen heeft kunnen praten.
Ze ervaart nu eindelijk rust in zichzelf.
Het beeld van de muur uit de vorige twee sessies
is nog vaak in haar opgekomen. In haar beleving is een groot stuk
opgeruimd. De muur is veel lager. We praten (niet in trance) over
de stukjes die er nog zijn.
Ten eerste is er haar man, die zoveel van haar
houdt en zo aan haar vast zit dat ze bang is dat hij haar niet los
kan laten. Zelf ziet ze dat zowel hij als zij straks hun eigen weg
moeten gaan en dat het zijn angst is, waar zij niet verantwoordelijk
voor kan zijn.
Verder heeft ze nog gedacht over haar relatie
met haar vader. Iedereen was altijd - terecht -vol lof over hem.
Hij kon echter zijn (theologische) interesses wel delen met haar
broer, maar nooit met haar. Ze voelde altijd dat hij haar op een
afstand hield, ook later toen ze volwassen was. Ze had zelf graag
wat minder serieus willen zijn, ze is van de ene verantwoordelijkheid
in de andere gerold. Ze vermoedt dat haar ouders zo afstandelijk
waren omdat ze beiden in hun jeugd een groot aantal broers en zussen
hebben verloren aan tbc. Toch vindt ze het jammer dat er nooit meer
toenadering tussen haar en haar vader was.
Ze voelt zich ook ten opzichte van haar broers en zussen een beetje
een buitenstaander. Hoewel ze een tijdlang weinig contact met hen
had is ze teleurgesteld dat geen van haar broers en zussen heeft
aangeboden om bij haar langs te komen, nadat ze hen gebeld had met
het nieuws dat ze niet meer lang te leven heeft. Ik vraag haar of
ze er over nagedacht heeft om hen te vragen om in deze bijzondere
situatie een keer langs te komen. Dat heeft ze en ze is het ermee
eens dat ze het recht heeft om dit te doen. Omdat we nu geen sessie
kunnen doen over het gebrek aan contact in het gezin vraag ik haar
er eens over na te denken of het niet zo kan zijn dat zij door haar
opvoeding ook afstand in stand houdt, die haar nu belemmert om te
vragen of haar broers en zussen langskomen, terwijl het toch zo
belangrijk voor haar is.
Ik ben erg onder de indruk van de vrouw die vol
overgave praat over haar sterven en over wat er daarna wel of niet
is, maar die ook zegt: "Eén leven geleefd te hebben
is voor een mens genoeg. Het is vol. Ik heb het goed gedaan."
Specifieke interventies m.b.t.
vermoeidheid
- De beschreven sessies. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat deze
hebben meegewerkt aan de gemoedsrust van Agaath (acceptatie),
kan ik niet meten in hoeverre dit doorwerkt op de vermoeidheid,
dit in verband met haar verslechterende lichamelijke toestand
en het stoppen met medicijnen als Prednison tijdens de sessies.
- We spraken over vermoeidheid. Agaath herkent de vicieuze cirkel
waarin vermoeidheid erger wordt wanneer ze helemaal niets meer
doet. Als haar kinderen langs zijn geweest of als ze in een goed
boek heeft gelezen, geeft dat een ander gevoel van vermoeidheid,
minder intens en tegelijk meer voldaan. Ze voelt het verschil
met de dagen dat ze niets onderneemt en neemt zich voor om de
dingen die nog kunnen zo veel mogelijk te blijven doen. Dit helpt
haar in het dagelijkse leven.
- Ik maakte een ontspanningsbandje, dat ze regelmatig gebruikt.
Het helpt haar in slaap te vallen en het geeft haar rust.
Nagesprek en evaluatie
Behalve met haar kinderen kan Agaath nu ook met
haar man praten over sterven en over het feit dat hij haar los zal
moeten laten. Het is niet gemakkelijk, maar het geeft rust om dit
bespreekbaar te maken en te houden. Haar zussen hebben inmiddels
gebeld en komen binnenkort op bezoek.
Een letterlijke weergave van de evaluatie door
Agaath:
"Het is voor mij heel belangrijk geweest om overzicht te krijgen
over mijn leven en de emoties die daarbij horen toe te laten. Het
is goed om zo met jezelf bezig te zijn. Dit heeft me rust gegeven
en ervoor gezorgd dat ik mezelf waardevoller vind dan daarvoor.
De muur is opgeruimd, de dingen waar ik mee zat hebben hun plek
gekregen, ik hoef me daar niet meer druk om te maken. Ik heb vrede
met de situatie. Ik ben wel bang voor wat er komen gaat, maar die
angst verdwijnt als ik bij de dag leef, dan ben ik dankbaar voor
elke nieuwe dag.
Het ontspanningsbandje is fijn om naar te luisteren. Het geeft me
rust en ik kan er lekker op in slaap vallen. Ik ben blij dat ik
met jou gewerkt heb, het heeft me goed gedaan."
Op mijn vraag of de kwaliteit van haar leven
door de gesprekken en sessies verbeterd is antwoordt ze volmondig
ja. Op mijn vraag of haar innerlijke wijsheid zich nu meer mag laten
zien aarzelt ze even. Ze heeft echter ervaren dat deze haar niet
in de steek liet na het bericht dat ze terminaal ziek is. Ik geef
haar mee dat haar innerlijke wijsheid zo sterk is, dat ze erop mag
vertrouwen dat deze haar zal leiden bij alles wat er gaat gebeuren.
"Het leven is een voortdurend veranderende
stroom waarin degene die wij denken te zijn steeds opnieuw geboren
wordt en sterft." Ik lees ter afsluiting dit citaat uit mijn
scriptie voor, omdat ik het zo bij Agaath en haar belevingen in
de sessies vind horen. Ze is er door geraakt en ik schrijf het voor
haar op. Als afscheid omhelzen we elkaar.
Agaath is twee maanden later gestorven.
Ze heeft nog boeken gelezen over lotgenoten met kanker en heeft
het bandje tot de laatste dag gebruikt om tot rust te komen.
Sessies met cliënten
Gea
Evita
Manja
Margreet
Inhoudsopgave
|