Conclusies - Algemeen

Ik heb van alle vijf cliënten de intake en sessies uitvoerig opgenomen. Dat heb ik niet voor niets gedaan. Uit deze verslagen blijkt dat de vijf cliënten zonder uitzondering naast hun ziekte een last te dragen hebben, die veel aandacht verdient en relevant is voor de behandeling van hun vermoeidheid. De last is in bij sommigen ontstaan voor de ziekte (een cliënte zegt zelfs dat haar ziekte waarschijnlijk veroorzaakt is door deze last), bij anderen als gevolg van de ziekte. Bij allen veroorzaakt dit een extra vermoeidheid, boven op de vermoeidheid die het gevolg is van hun ziekte en de behandeling daarvan.

Voor het schrijven van het praktijkgedeelte ben ik uitgegaan van vijf sessies per cliënt. Dat betekent voor mij in zoverre een beperking, dat de cliënt niet na vijf sessies met onafgewerkte zaken naar huis mag gaan en dat ik de serie sessies zorgvuldig wilde afronden.

De cliënten hebben een grote behoefte om te praten. Ook ervaren ze dat ze controle willen houden over de situatie en in het dagelijks leven moeite hebben met het uiten van emoties. In de gesprekken en sessies voelden ze veel ruimte en vertrouwen. Opvallend is dat de cliënten zoveel moeten van zichzelf. Ontspanning en ik-versterking blijkt dan ook bij vier van de vijf mensen heel goed te werken.

Zowel uit de gesprekken met de lotgenootgroepen als in een aantal individuele sessies blijkt hoeveel onbegrip de cliënten tegenkomen met betrekking tot hun vermoeidheid. Ze zien er weer goed uit, zijn vaak (al dan niet op therapeutische basis) weer aan het werk. De omgeving weet echter niet hoe plotseling en intens de vermoeidheid ineens kan toeslaan. Ik heb bij twee cliënten een grote behoefte geconstateerd om op dit terrein meer begeleid te worden.

Bij iedere cliënt ben ik begonnen met een uitgebreide intake. Daarna heb ik me vooral bezig gehouden met gesprekken, ontspanning en ik-versterking. Hieraan was bij vier van de vijf cliënten grote behoefte. Vanaf de derde sessie gebruikte ik vaak andere technieken uit mijn behandelplan, met voor de cliënt als doel inzicht in strategieën en overtuigingen die vermoeidheid kunnen veroorzaken. Het werken met delen mondde soms uit in een ik-versterking.

Ik heb vier van de vijf cliënten een ontspanningsbandje gegeven. Drie gebruikten het om een rustpunt in te bouwen en hadden er veel baat bij.

De meting van vermoeidheid op een schaal van 0 tot 100 is natuurlijk subjectief. Toch meen ik dat dit een (gevoelsmatige) indicator kan zijn. Bovendien ga ik er van uit dat het lichaam tijd nodig heeft om de effecten van de sessies te verwerken.

Conclusies
Toetsing deel II (praktijk) aan deel I (theorie)

Inhoudsopgave